In de afgelopen jaren is de Chinese gieterijindustrie snel ontwikkeld en is de kloof met ontwikkelde landen zoals Europa, de Verenigde Staten en Japan geleidelijk verkleind; toch blijven de kernverschillen duidelijk zichtbaar. Deze kernverschillen komen allereerst tot uiting in technologie en vakmanschap: het energieverbruik voor gietijzeronderdelen in ontwikkelde landen bedraagt slechts 1/2 tot 1/3 van dat in China, en de bewerkingsmarges van gietstukken zijn veel lager dan in China; de toepassing van hoogwaardige materialen en het gebruiksniveau van digitalisering en intelligentie liggen daarvoor verder vooruit dan in China, terwijl China voor sommige high-end gietstukken nog steeds afhankelijk is van import, waarbij de bijbehorende technologieën en lokale software nog moeten worden verbeterd.
Milieubescherming en industriële structuur vormen een ander kernverschil: ontwikkelde landen hanteren strengere milieunormen en hogere percentages hergebruik van grondstoffen, terwijl China grotere druk ondervindt om aan milieuvoorschriften te voldoen en de regeneratie van gebruikte zand onvoldoende is ingeburgerd; wat de industriële structuur betreft, heeft China een hoog aandeel kleine en middelgrote ondernemingen, en het afvalpercentage bij het gieten is veel hoger dan in ontwikkelde landen, met zwakke talentontwikkeling en onvoldoende samenwerking tussen industrie, universiteit en onderzoek voor innovatie, terwijl ontwikkelde landen een volwassen industriële cluster en technologische ecosysteem hebben gevormd.
De kernverschillen in beleidsoriëntatie en marktvraag zijn aanzienlijk: het Chinese beleid richt zich op het bevorderen van de groene en intelligente transformatie van de sector, terwijl ontwikkelde landen zich richten op milieutoezicht en eerlijke marktconcurrentie; op de marktkant concentreert China zich op de levering van gietstukken voor midden- tot hoogwaardige civiele toepassingen, terwijl ontwikkelde landen zich richten op high-end apparatuursectoren zoals de lucht- en ruimtevaart, met strengere eisen ten aanzien van gietprecisie en betrouwbaarheid.
Het kernverschil in de industriële keten en internationale positionering ligt als volgt: China beschikt over een complete industriële keten, maar kent grote schommelingen in grondstofkosten en wordt geconfronteerd met handelsbelemmeringen in het buitenland, terwijl ontwikkelde landen beschikken over sterke coördinatie binnen de industriële keten en een volwassen wereldwijde positionering, maar waarvan een deel van de productiecapaciteit door externe factoren is afgenomen. Over het algemeen liggen de voordelen van China bij de industriële keten en de marktvraag, terwijl die van ontwikkelde landen liggen bij technologie, milieubescherming en management. Dit zijn de meest fundamentele verschillen tussen beide, die geleidelijk aan kleiner worden.